Live debat

Jongerendebat: de digitale samenleving in stroomversnelling

Om het ECP-jaarfestival af te trappen, komen eerst de jongeren aan het woord. Samen met gespreksleider Donatello Piras bespreken jonge politici stellingen over digitalisering en de uitdagingen die dit meebrengt voor onze tijd. ‘We moeten als samenleving zorgen dat er geen groepen worden uitgesloten omdat ze bijvoorbeeld minder toegang hebben tot digitale middelen.’

Gespreksleider Donatello Piras verzorgt eerst een lesje debatteren, om de vier jongeren die met elkaar in gesprek gaan op te warmen. In het Britse Lagerhuis laten politici vaak zien hoe dat werkt. Volgens Piras weten de Britten inhoud en vorm aan elkaar te koppelen, maar is het ook vermakelijk om naar te kijken. Als voorbeeld laat hij zien hoe oud-premier David Cameron de degens kruist met politicus Ed Milliband.

‘Dit is retorica zoals retorica bedoeld is,’ zegt Piras. Milliband en Cameron maken gebruik van hun inhoudelijke kennis, maar ook van stijlfiguren in hun taal, humor, retorische vragen en een climax. Het is theater en politiek tegelijk. Nuttige tips volgens Piras? ‘Kondig aan waar je het over gaat hebben, werk met opsommingen en label je argumenten,’ zegt hij. Zo kun je bijvoorbeeld benoemen: ‘ik ga het eerst over de financiën hebben en daarna over de privacy’. Volgens Piras is dat belangrijk om te zorgen dat de toehoorders je kunnen volgen.

Mentale problemen
Piras heeft ook voorbeelden van hoe het niet moet. Jolande Sap in de Tweede Kamer met haar stekkerdoos, bijvoorbeeld. Of de Amerikaanse republikein Rick Perry, die in de Amerikaanse voorverkiezingen beargumenteerde welke drie departementen in het kabinet hij wilde elimineren. Hij wist ‘commerce’ en ‘education’ nog, maar de derde? Die ontschoot hem even.

Ik maak me zorgen om fake news.

Niet degene met wie je debatteert, maar de toehoorder is belangrijk, stelt Piras. Die toehoorder doet tijdens deze livestream mee via polls en een livechat. Aan tafel zitten Hilde Wendel van de JOVD, Maxime Eljon van 180 Degrees Consulting Amsterdam, Niels Honkoop van het CDJA en Nikki Fredriksz van de Jonge Democraten. De eerste stelling die op tafel komt, luidt: ‘De groeiende technologie is een zegen voor de toekomst’. In principe lijkt iedereen het erover eens dat dit zo is, maar alle sprekers hebben zo hun kanttekeningen. Zo ziet Eljon veel gevaar in hoe wij met elkaar omgaan op internet. Jongeren vergelijken zichzelf met anderen en lopen zo risico op het ontwikkelen van mentale problemen. ‘Ook verspreidt fake news zich razendsnel via internet,’ zegt ze. ‘Dat is iets waar ik me wel zorgen om maak.’

We moeten meester blijven over de technologie, niet andersom

Wendel stelt dat het belangrijk is dat iedereen mee kan met de technische ontwikkelingen. ‘We moeten als samenleving zorgen dat er geen groepen worden uitgesloten omdat ze bijvoorbeeld minder toegang hebben tot digitale middelen.’ Honkoop is het hiermee eens en voegt eraan toe dat we ook moeten opletten of de technologie zich niet te snel ontwikkelt. ‘We moeten als mens meester blijven over de technologie en niet andersom.’

In de poll is het overgrote deel, 82%, het eens met deze stelling. Ook Fredriksz kan hierin mee, maar ze benadrukt wel dat het belangrijk is om in de gaten te houden dat er banen verdwijnen door technologische ontwikkelingen. Is er genoeg sociale zekerheid voor mensen om dit op te vangen? Kunnen we minder gaan werken zonder dat onze levensstandaard daardoor erop achteruitgaat? Wendel vindt dit te negatief. ‘Alle zorgen zijn terecht, maar we zijn als mens creatief genoeg om weer ander werk te creëren. Technologie heeft ons, zeker tijdens de COVID-19-crisis, veel gebracht.’

We moeten zorgen dat iedereen de digitale ontwikkelingen kan bijbenen

Nuances
Ook over de andere stellingen zijn de sprekers het vaak eens, maar ze leggen de nuances allemaal nét even anders. Zo zegt Eljon over de stelling ‘De grenzen tussen werk en privé moeten altijd worden gerespecteerd’: ‘Door thuiswerk is deze grens in gevaar, ook al kan thuiswerken – nu en ook na de pandemie – een zegen zijn. Maar thuis werken of extra werk doen, moet nooit een verplichting worden’. Honkoop wijst erop dat de vakbonden hard hebben gevochten voor arbeidstijden. ‘Daar is een reden voor. En het altijd bereikbaar zijn, langer werken en de vervaging tussen werk en privé sluipt erin. Daar moeten we voor waken.’

De laatste stelling luidt: ‘Opleidingen moeten worden hervormd om aan te sluiten op de banen van de toekomst’. Alle sprekers vinden dat zeker in het basis- en voortgezet onderwijs andere vaardigheden moeten worden aangeleerd, bijvoorbeeld digitale vaardigheden in plaats van schoonschrijven. Fredriksz pleit voor een leven-lang-leren-budget, zodat mensen zich gedurende hun leven kunnen blijven bijscholen. Wendel gaat nog verder en stelt dat ‘pretstudies’ ook meer toekomstbestendig moeten worden gemaakt. Wat die pretstudies zijn, daar worden de sprekers het niet over eens.

Voeg toe aan selectie